kuvasz
logo
welkom
zouwelanden
het ras
 

Heupafwijking

Heupdysplasie
Heupdysplasie (HD) is een door erfelijke factoren en uitwendige invloeden bepaalde ontwikkelingsstoornis van de heupgewrichten. Sommige honden ondervinden hiervan ernstige hinder. De beoordeling van het gangwerk van deze honden geeft onvoldoende informatie over de toestand van de heupgewrichten. Meer informatie hierover kan worden verkregen door het maken van röntgenfoto's van de heupgewrichten.


Normering
De aanduiding HD A betekent dat de hond röntgenologisch vrij is van heupdysplasie, wat echter niet betekent dat de hond geen "drager" van de afwijking kan zijn.
HD B (=overgangsvorm) betekent dat op de röntgenfoto's geringe veranderingen zijn gevonden, die weliswaar toegeschreven moeten worden aan heupdysplasie, maar waaraan in het kader van de fokkerij geen direkte betekenis kan worden toegekend.
De aanduiding HD C (=licht positief) of HD D (=positief) betekent dat bij de hond duidelijke veranderingen, passend in het ziektebeeld van HD zijn gevonden.
Wanneer de heupgewrichten ernstig misvormd zijn wordt dit aangegeven met HD E (=positief in optima forma).


Norbergwaarde
Informatie over de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de koppen in de kommen wordt onder andere verkregen uit de zogenaamde "Norbergwaarde". De Norbergwaarden van linker en rechter heupgewricht worden bij elkaar opgeteld en geven samen de op het rapport vermelde "som Norbergwaarden".

Bij een normaal heupgewricht is de Norbergwaarde minstens 15, de som van de Norbergwaarden van beide heupen derhalve minstens 30. Honden met een te lage Norbergwaarde hebben dus ondiepe heupkommen en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen. Deze honden zullen dus een minder gunstige HD-beoordeling krijgen.


Oogafwijking

P.R.A. is de afgekorte notatie voor Progressieve Retina Atrofie. De retina, het netvlies, lichtgevoelige cellen of fotoreceptoren: staafjes en kegeltjes. De staafjes zijn de schemerzintuigen: de prikkeldrempel is laag; met staafjes worden alleen intensiteitsverschillen waargenomen: zwart-wit schakeringen. De kegeltjes zijn de dagzintuigen, hiermee kan scherper worden waargenomen. Bij PRA degenereert het netvlies: de bloedvaatjes die het netvlies voeden en die geproduceerde afvalstoffen moeten afvoeren worden steeds dunner en minder talrijk en de staafjes en kegeltjes verdwijnen, het eerst aan de buitenrand van het netvlies. In het stadium dat het aantal fotoreceptoren steeds minder wordt, gaat de hond steeds slechter zien. In de eindfase zijn alle fotoreceptoren gedegenereerd en wordt ook het pigmentepitheel dat het oog zijn kleur geeft aangetast, de hond is dan al volkomen blind.

 
Naar voorgaande pagina